DSCN00361Binnen oncologie richten we ons allereerst op mensen die herstellende zijn na een ingreep voor borstkanker.

Hoewel met name bij borstkanker de kans op overleving sterk gestegen is, hebben veel vrouwen last van langdurige negatieve gevolgen en kunnen hierdoor bijvoorbeeld niet meer of niet volledig deelnemen aan het arbeidsproces. Volgens Jan Anne Roukema, Hoogleraar Kwaliteit van Leven van Tilburg University en als oncologisch chirurg verbonden aan Tilburgse ziekenhuizen, kan een groene interventie voor vrouwen met borstkanker wellicht bijdragen aan een sneller en vollediger herstel en de mogelijkheden om weer vol aan het leven deel te nemen vergroten.

Een onderzoeker van Tilburg University heeft in desk research slechts een beperkt directe wetenschappelijk onderbouwde relatie tussen borstkanker en groene interventies kunnen vinden. Er is een voorstel gemaakt om vrouwen met kanker te interviewen om op deze manier hun zorgbehoeften in kaart te brengen (focusgroepen). Dit voorstel is inmiddels door de Ethische Commissie goedgekeurd. In afwachting van deze goedkeuring is een theoretisch model ontwikkeld waarbij de onbalans in draaglast en draagkracht inzichtelijk is gemaakt door te kijken vanuit biologische, psychische en sociale perspectieven. Dit model is onderbouwd met verwijzingen naar wetenschappelijke publicaties, waardoor een goed framewerk is ontstaan voor de onderbouwing van de relatie tussen borstkanker en groene interventies op een indirecte wijze. Hierbij is de rol van een multidisciplinair team ook meegenomen.

NAHF wil de uitkomsten van de focusgroepen leggen naast de bevindingen uit het opgebouwde model om van daaruit een goede interventie te ontwikkelen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen (i) de periode voor de medische ingreep na constatering, (ii) de periode na de medische ingreep (de periode waar men bijvoorbeeld chemotherapie heeft) en (iii) de periode waarbij terugkeer naar het ‘normale’ werkende leven speelt. De voor- en nadelen van de verschillende keuzes in wetenschappelijke en business opzicht zijn in beeld gebracht. De definitieve keuze zal gemaakt worden na afronding van de focusgroepen.

Voorafgaand en tijdens de ontwikkeling van het theoretisch model is gesproken met stakeholders (VU, UVA, Tranzo, TNO, ziekenhuizen, groene marktpartijen). Er is intensief contact geweest tussen de onderzoeker en business developers die verbonden zijn aan de stichting. Daarnaast is er periodiek overleg tussen de onderzoeker en hoogleraar van Tilburg University en NAHF.

NAHF wil een brug zijn tussen wetenschap en ondernemerschap, door business development kansen te onderbouwen met wetenschappelijk inzicht. Met het oog op deze business development kansen is de omvang van de doelgroep – de marktomvang – in kaart gebracht. Ook is een analyse gemaakt van mogelijkheden tot vervolgfunding, en een aanzet tot een projectvoorstel voor een pilot traject gemaakt.

Bij de ontwikkeling van dit project zijn op dit moment betrokken: Vitura B.V., Tilburg University, St. Elisabeth Ziekenhuis, Universiteit voor Humanistiek. Deze groep breiden we de komende tijd uit.